dinsdag 17 augustus 2010

Drumheller

140 km ten noordoosten van Galgary bevinden zich de ‘Badlands’ van Drumheller. Deze streken werden ‘slechte grond’ genoemd omdat ze ongeschikt waren voor landbouw. Later werden er steenkool gedolven, resten van voorhistorische dieren bloot gelegd en nu toerisme. Toch nog niet zo ‘bad’!


7030

Een eind naar het oosten en ten noorden van de Hwy 1, bevindt zich het Canadian Badlands National Historic Site: het Unesco werelderfgoed ‘Dinosaur Provincial Park’ www.dinausaurprk.ca. We bezochten enkel Drumheller omdat het meer te bieden had.
Je kan er niet naast kijken. In het stadje zelf staan overal plastieke dino’s je te verwelkomen met ‘the world’s largest Dinosaur’ aan het toerismebureau (zie foto). Het beeld is 26,2 meter hoog, stelt een T-Rex voor en je kan er (mits betaling) in klimmen om vanuit zijn wijd open gesperde muil een ‘spectacular’ panoramazicht te aanschouwen van de Drumllervallei.


De badlands van Drumheller - 7270

Het is mogelijk de ganse Jurassic vallei rond te rijden met de wagen. De ‘Dinosaur Trail’ genoemd. Op het eind van de baan 838, aan een rivier vaart een veerboot je gratis over naar de andere kant, waarna je de baan 837 volgt en terug rijdt naar het stadje. De veer (8 am – 10,45 pm) is vernoemd naar Andre Bleriot, een man die hier woonde rond 1904. Meer bekend bij ons is zijn broer Louis Bleriot. Hij was de man die als eerste over het Engels Kanaal vloog.

Natuurlijk is er ook een palaeontologisch museum. En je raad het al: het ‘Royal Tyrrell Museum’ is de ‘largest in the world!’


De ‘Hoodoos’ - 7197

Het meest spectacle zijn de ‘Hoodoos’. Vijf op zeven meter hoge rotspilaren die gedurende miljoenen jaren door erosie uitgevreten staan te zonnen in het troosteloze landschap. Het was toegelaten om erop te klimmen.

Info: www.TravelDrumheller.com, www.canadianbadlands.com en www.albertasouth.com.
Publicatie: Canadian Badlands, Travel Map Guide 2010 uitgeven door de Toeristische Dienst van Alberta.
Er zijn een drietal RV-campgrounds www.donausaurrvpark.ca en

zaterdag 14 augustus 2010

Vulcan

We verlieten nu Fort Macleod en volgden de Hwy 2 North, sloegen rechtsaf aan Granum op de baan 519 en kozen terug noord op de Hwy 23, rechtdoor schoten plots in een flits de Galaxy (Melkweg) uit naar onbekende planeten in het Heelal!
Vulcan


De Enterprise - 6974

Vulcan is een prairiestadje van dertien in een dozijn waar nooit wat spectacles gebeurde tot de tv-serie ‘Star Trek’ op de buis verscheen. Vulcan heeft haar naam ontleend aan de god Vulcanus uit de Griekse mytologie, maar nu veranderde er iets spectuculairs. Een van de opvarende van het ruimteschip de ‘Enterprise’ - Mister Spok met zijn spitse oren - was voor zover ik mij herinner van de planeet Vulcan. Een wakere ondernemer zag zijn kans. Er werk een museum ingericht met alle artifacts die naar de tv-serie’s, later de film, verwezen. Een verplicht stop dus voor ruimtereisfanaten langsheen de Highway 23, en dat was Ingrid www.vulcantourisme.com.
*

Calgary Tower en de C-trein.
Over treinen gesproken. Aan een treinoverweg kan je best een dutje doen vooralleer alle treinwagons gepaseerd zijn. In de vlakke prairie zie je er geen begin of eind aan.


Eindeloos – 5389


We vervolgden onze weg naar Calgary (1,1 miljoen inwoners). Omdat we deze stad niet kende stationneerde we de RV op een parking in Crowfoot aan de C-trein. Zo geraakten we zonder kleerscheuren in downtown waar ons volgende doel ongeduldig stond te wachten. De toren die de sky lights van de stad domineerde. De zelfnoemende ‘Heart of the New West en Spirit of the West’ ligt toch, ondanks het vlakke land het anders doet vermoeden, nog meer dan duizend meter boven zeeniveau.
Zoals vele steden in het Wilde Westen was ook Calgary onstaan langsheen een fort in 1894. Betrekkelijk naar Europese begrippen jong dus. Ook dit fort was origineel gebouwd door de North West Mounted Police (Koninklijke Noordwestelijke Bereden Politie) als bescherming van de handelsweg Trans Canada Highway 1 www.fortcalgary.com.
Ingrid had het gemunt op de attractie nummer een van de stad: de Calgary Tower (191 m). Even met de lift naar boven kostte $14/persoon. Er was een ronddraaiende panorama-restaurant (pas open en toegankelijk na 5 pm) in ondergebracht. Op de gallerij, waar je in de toren kunt rondlopen was en een stuk vloer bestaat uit glas. Dat gaf je een eigenaardig gevoel als je zo boven de afgrond stond www.calgarytower.com.
Buiten de stad lag nog het te bezoeken Canada Winter Olympic Park van 1988 www.winsportcanada.ca.

vrijdag 13 augustus 2010

De bizon


7603

De bizon (bison, buffalo en ’iini’ in Blackfoot’s)

De bizon is het embleem van Manitoba. De naam Manitoba is afgeleid van het Indiaanse Manitou, de spirituele Opper Geest van de First People.
De eerste Europeanen die Canada in de 18de eeuw verkenden waren niet weinig verrast bij het zien van deze reusachtige woeste kuddes dat over de prairie zwermden. Toen waren er nog meer dan 60 miljoen Noord-Amerikaanse bizons (buffalo’s).
De bizon was het hoofdvoedsel voor de prairie-indianen. Niet alleen het vlees maar ook voor tenten, kledij, enz. De dieren werden opgejaagd in een ‘stampedo’ naar een ‘corral’ (kraal) waar de bizon konden worden geslacht als ze het nodig achten. De First People (Indianen) waren voornamelijk jagers en minder boeren.
Later, de Metis, een kruising van Fransen en indianen, werden experts bizonjagers. De huid werd gebruikt voor sterke koorden, de tongen gekookt en aangeprezen als een delicatesse. Het bizonvlees zelf werd gedroogd en vermengd met vet en soms bessen om de smaak wat aangenamer te maken. Het vleesmengsel, het ‘pemmican’, was gekend o.a. als conservevoeding voor de poolreizigers. Het werd eerder al door de indianen verpakt en opgeborgen als reservevoeding bij gebrek.
Gedurende de euro-indianse oorlogen viel de bizon als slachtoffer van het ongecontroleerd slachten met de ‘repeating rifle’ voor de sport en onder de politieke sfeer van toen. Karkassen van dieren die enkel gedood werden voor de ‘delicatesse’ tong overdekten weldra de vlaktes. Toen de blanke settlers zich realiseerden dat de inboorlingen enkel konden verslagen worden met het doden van hun wandelende eetvoorraad, staken ze de pairie in vuur en vlam. Duizenden bizons vonden hierbij een afschuwelijke vuurdood. Anderen kuddes werden massaal in de richting van het zuiden, naar wat nu de US is, gedreven. In 1885 was de bizon compleet afgeslacht of verdreven van de Canadese Great Plains.
Rond 1900 konden een handvol conservatieve veeboeren de Canadese regering overtuigen de bizon te beschermen. Het doden werd verboden. Manitoba nam het kollosale prairiedier zelfs op in haar provincial blazoen.
In het Manitoba Legistative Building (Provinciaal Parlement) flankeren twee bronzen levensgrote bizonbeelden een monumentale trap van Italiaans marmer. Als we de wacht, waar we ons moesten melden, vertelden dat we in Brugge ook zulke beesten hadden die een brug bewaakten, de Manitobabrug, waren ze aangenaam verrast.
Mij eerste levende en laatste bizons zag in in het plaatsje Minnedosa, waar een kudde in een omheinde weide graasde en ik enkele foto’s kon nemen.


Bizon’s in Minnedosa park, Manitoba - 5256
*

De Bison runners
We komen nog even terug op het jagen van de bizon door de Indianen. In het museum Smashed-head-in Bison Jump, niet ver van Fort McLeod, Hwy 2, kwamen meer te weten. Toen de bleekgezichten de Prairies nog niet in bezit namen en de Indianen niet over paarden en vuurwapens beschikten werden de dieren opgejaagd door de ‘bison runners’ naar een koraal waar ze gemakkelijker gedood konden worden met hun primitieve wapens.
Door rivier zijn er in deze onmetelijke vlaktes canyons uitgegraven met rotsachtige ravijnen, tientallen meters diep. Dezelfde techniek, al duizenden jaren gebezigd als het opjagen naar een kraal werden ook hier toegepast. Het eiste heel wat kennis van het bizongedrag, windrichting en voorbereiding. Vooreerst moest een reusachtige afgebakende laan (fuik) gemaakt worden door middel van stenen en kleine boompjes. Daartussen zouden vrouwen, kinderen en ouderen met doeken, huiden, trommels en kreten de dieren wegjagen indien ze van richting wilden veranderen. De zwakte van de beestentroep was dat ze een leider hadden dat ze blindeling volgden. B.v. bij een aanval van een kudde hongerige wolven gingen ze over in een stampede achter hun leider aan. Ook hun reukorganen zijn sterk ontwikkeld. Het zicht beperkt. En dat zullen de bizonrunners geweten hebben. Ze smeerden zich in met wolvenvet en -mest en overdekte zich met huiden om zo dicht mogelijk bij de kudde te komen en hun dan op te schrikken. De kudde ging op de loop en om niet af te wijken van het parkoers werden ze door de langsheen kilometers lange fuik opgestelde stamleden met geroep en gezwaai zo naar de ravijn gediregeerd.
Toen de eerste bizons zich realiseerden dat ze voor de afgrond stonden was het te laat om te keren. De achterop stormende dieren duwden letterlijk de voorste over de rand heen. Honderden bizons vielen te pletter op de bodem of werden verpletterd door de volgen neerploffende mastadonten. De jacht leverde vlees, huid voor kleren en tipee’s en bot voor gereedschap op om de lange strenge winter door te komen.
Oh, ja, ook dat nog: Hoe Smashed-head? Het verhaal is dat er een indiaan het neerploffen van de bizons eens van beneden wilde meemaken. Een van de dieren viel op hem en verbijzelde zijn hoofd. Vandaar!
Buffalo jump is in het Blackfoot “pishkun” wat zoveel als bloedketel betekend. Deze vorm van jacht duurde volgens archeologische vondsten van 12000 V.Ch tot 1500 N.Ch. Pas met de introductie van het paard veranderde de jacht. De bizonjacht werd dan later ook verfijnd door de Metis die er hun broodwinning van maakten en verwerken tot ‘pemmican’. Niet allen buffelvlees en vet maar ook de buffel-, elland- en het hertvlees werden op deze manier verwerkt.
Pemmican
Afgeleidt van het Creewoord ‘pimihkan’ werd het vlees gedroogt, fijn korrelig geplet en gemengd met vet en veldvruchten. Goed bereid en verpakt kon de pemmican dan jarenlang zonder koeling bewaard worden.
‘Canawa’ is de Canadese fabrikant van Pammican met een verhouding van vlees/vet van 1:1 tot 2:1.
Het hergebruik van de beenderen.
Door archelogen, nadien door beenderverzamelaars, werden aan de klippen stapels van metershoge bizonbeenderresten bloot gelegd. Ze werden verzameld en gebruikt voor verschillende nieuwe doeleinden, waaronder het winnen van fosfoor in munitie dat gebruikt werd in beide wereldoorlogen.
In de supermarkten wordt bizonvlees in de vorm van gemalen vlees als hamburgers verkocht. Bij Sobeys trof ik een drietal zeldzame lappen ‘Bison Tenderloin (filet) Boneless’ aan (55 dollar/kg). Ik kocht een lap van 0,218 gram voor 12 dollars en bakte het als wild.


De klippen van Smashed-Head-in Bison Jump - 6817



7874

Alberta
Bevolking: 3,585,143, Oppervlakte: 661,848 m2, Hoofdstad: Edmonton 1.800.268 inwoners.
Hoogte punt: Mount Columbia 3,747 m; laagte: Salt River 183 m.
Alberta is de enigste provincie in Canada dat geen provinciale tax geint wordt. Wel wordt er een 4% heffing (Provincial Tourism Levy) aangerekend in hotels.
Website: www.travelalberta.com.
UNESCO (The United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (*)
Van de 14 Unescosites bevinden er zich 5 in Alberta: Dinosaur Provinceal Park, Canadian Rocky Mountain Parks, Waterton Lakes National Park, Wood Buffalo National Park and Head-Smashed-In-Buffalo Jump.

Zie ook bij uitgeverij UNIBOOK ons laatste verschenen boek: Zwerven in Zuidwest-Europa, Frankrijk, Spanje, Portugal met de pelgrimsweg naar Santiago de Compostela als rode draad in dit ongewone reisverhaal www.unibook.com.
En Google www.roemenie.com. Klick op ‘verblijf en bedrijf’ en ‘boeken te koop’ voor ifo Zwerven in Oost-Europa en Zwerven in de Balkan.

Voetnoot (*) 851 natural and man-made wonders on Unesco’s World Heritage list, places whose loss would impoverish humankind. These sites are so significant that responsibility for their protection belongs not just to their host states or provinces, but also the world.

dinsdag 10 augustus 2010

De Mounted Police



In mei 1873 werd de North West Mounted Police gevormd toen Canada’s eerste minister Sir John A. MacDonald, verklaarde dat de Canadese prairies wel eens best een sterke politiemacht konden gebruiken. Deze was nodig om het Wilde Westen onder staatscontrole te krijgen en het contact te verbeteren met de First Nations bevolking. Ook het uitroeien van de illegale wiskyhandel stond op het programma.


Er werd aangeworven uit verschillende delen van het land en zes divisies met een totaal van 300 officieren en manschapeen samengesteld. Vanuit Dufferin in Manitoba vertrok dan op 18 juli 1874 onder leiding van Lt.kolonel J. Macleod (*) de manschappen - wat als de ‘March West’ zou geboekstaafd worden. Gedurende drie maand werd 1.500 kilometer te paard met het nodige materiaal in huifkarren in marstempo afgelegd.
Ze kwamen toe in Alberta in oktober 1874 en begonnen meteen aan de bouw van een permanente post op een eiland aan de Oldman River. De strenge winter stond voor de deur. Deze Old Man River heeft niets te maken met de Missisipi, die ook al eens als de ‘oude man rivier’ wordt aangeduid! Toch in een lied van de musical Porgy and Bess.
De politiepost kreeg de naam van hun leider: Colonel James Macleod. De post bleef tot 1884 als ‘headquaters’ in dienst voor de complete politiemacht. Een nieuwe vesting werd hoger opgetrokken omdat de rivier nogal eens de valse gewoonte had buiten haar oevers te treden.
De North West Mounted Police zou een belangrijke aktieve rol spelen in de geschiedenis van dit deel van Zuid-Alberta. De voornaamst feiten waren het vertrouwen winnen van de First Nation bevolking bij het ondertekenen van de ‘Peace Treaty 7’ in 1877, de ‘North West rebelie’ van 1885 en tien jaar later de tussenkomsten in Yukon gedurende de ‘Klondike Gold Rush’ van eind 1890.
Rond Fort Macleod kwam met de tijd ook een nederzetting, nu een stadje met een drieduizendtal zielen. Downtown Fort Macleod is gelegen langsheen kruising van de highway 2 en de highway 3. Het fort zelf is nu een replica van het originele (1874-1884). Het museum toont aan de hand van artifacts, foto’s, enz de geschiedenis van deze mannen in ‘red coats’. In de zomermaanden wordt er dagelijks een show van de ‘Musical Ride’ opgevoerd. Vraag naar het ‘Red Serge VIP Horse Grooming Program’ www.fortmacleod.com. En als dat nog niet genoeg is er op 27 november in het stadje de grootste jaarlijkse Fort Macleod Santa Claus Parade ten westen van Toronto!
Pas in 1920 werd de NWMP de Royal Canadian Mounted Police (RCMP/GRC). Het rode uniform van deze Nationale Gendarmerie staat in de ganse wereld bekend als het visitekaartje van Canada.


Voetnoot (*) Macleod was naast politieofficier ook nog militair, advokaat, magistraat en rechter.
Zuidwest Alberta, Chinook country: www.chinookcountry.com, www.nwmpmuseum.com.



Vrouwelijke First People Mounty





Straat in Fort MacLeod 6799

zondag 8 augustus 2010

Lethbridge


Mounted Police

All the way back home, leer ik nog enkele truckerswetenschappen van Ingrid
Vrachtwagens in de bergen: De verplichte wiel- en remcontrolle
Een steilen afdaling van de weg met hellingshoek 7 en meer, moeten de truckers verplicht stoppen op een daartoe voorziene uitwijkplaats met hun voertuig vanaf 4.500 kilogram en meer. Soms houdt een camera het in het oog dat deze controle wel dadelijk uitgevoerd worden. Dit is voor een verplichte wiel- en remcontrolle.
Nu zijn we terug in de prairie waar, nadat je hond wegloopt van huis je hem nog dagen verder ziet rennen (Canadese mop).
Canadezen spreken ok nooit van zoveel kilometer ver maar bv het is twee uur rijden naar.... De maximumsnelheid dat je op de highway mag bollen is 100 km/h. In somige procincies ietske meer. Iedereen rijdt op cruisecontrol en op 100 kilometer afgesteld is dan gelijk aan een uur. Enkel de wegenwerken kunnen de snelheid wat afremmen.
De periodes van de wegenwerken worden enkel door de klimaat bepaald. Dat is dan voornamelijk in de zomermaanden. Oranje borden, getooid met twee rode vlaggetjes, maken de automobilist attent snelheid aan te passen. Noord-Amerika kent minder verkeersborden dan in Europa. Men gaat er vanuit dat iedereen voldoende Engels beheerst en toont dit dan ook liever aan met teksten als: Road Construction Ahead, Prepare to Stop, 2 km Traffic Lights Ahead, enz. Alle snelwegen hebben als bij ons een nummer. Ook de ‘exits’(op- en afrit) naar een andere bestemming hebben het nummer van de secondaire weg. Zwart ovale cirkel met wit nummer. Wel opletten naar welke windrichting je uit moet (North, East, South of West).
Lethbridge





Onze eerste stop in het nu terug vlakke land was een bezoek aan het Nedelandse echtpaar Barry en Ria Bos in Lethbridge. Barry is een gepensionneerd police officer en nu secretaris van de Alberta branch van de International Police Association (IPA).
We werden voorgesteld op de wekelijkse ‘breakfast’-bijeenkomst van de leden. Toch was de stemming bedrukt. Het was de begrafenisdag van een collega (zie verder).



Restaurant in watertoren

Berry en zijn vrouw Ria deden vervolgens een rondleiding met o.a. aan de honderjarige ijzeren schraagspoorwegbrug over het Old Man Riverdal (1.623 m lang, 95,7 hoog boven de rivierbodem). Aan deze brug werd twee jaar gesleuteld met 100 man.
Verder was er als tweede attratie in de wereld bovenop een watertoren een restaurant ingericht.
Lethbridge beschikt over een prachtige Nikka Yuko Japanese tuin en op het Hendersonmeer had bij ons bezoek een roeiwedstrijd met drakenboten plaats. De negende annual competitie was ingericht door de ATB Financial Lethbridge Rotary Dragonboat Festival. Er deden 63 crews van Western Canada mee, www.nikkayuko.com, www.visitlethbridge.com
De Nikka Yuko tuin werd 42 jaar geleden ontworpen en is een van meest prachtigste tuinen buiten Japan.
Nog enkele plaatselijk wetenschappen
De juweelsteen ammolite wordt gevonden over de hele wereld. Het is een oeroude zeefossiel dat gedolven wordt uit rotsformaties van 225 tot 65 jaar oud. Het enigste verschil is dat het hier in Zuid-Alberta gevonden wordt in alle kleuren van de regenboog.
Een ‘Chinook’ is een warm heersende westenwind dat het weer in zuidwest Alberta bepaald. Het is het resultaat van winden uit de Pacifiek Oceaan dat haar vochtigheid verloor over de Rocky Mountains en neerkomt als een warme, droge stormachtige wind over de prairies. ‘Chinook’ is een Blackfoot woord dat “sneeuweter” betekend en staat gekend voor voor een snelle temperatuurstijging van vele graden in een minuut tijd.
De begrafenis van Constable Chelsey Robinson.
Op bladzijde 4 van de toeristische brochure ‘Southwest Alberta - 2010 travel planner’ staat een vrouwelijke Mountie in haar rode uniform afgebeeld. Ze beschrijft hierin haar levensloop bij de Royal Canadian Mounted Police/ Gendarmerie Royal du Canada (RCMP/GRC). We hopen haar te zien of toch een Mountie in rood pak tout court. Het laatste wat we ons konden voorstellen was de begrafenis van Constable Chelsey Robinson (formely Chelsey West) 25 jaar oud.
Bij een wegcontrolle zag Robinson hoe een auto in de verkeerde richting de highway opstoof. Om de spookrijder te onderscheppen draaide ze haar auto over de volle lengte van de weg maar werd in de flank gegrepen door een vrachtwagen. Ze stierf bij overbrenging naar het ziekenhuis.
De begrafenis was indrukwekkend. Voorafgegaan door gemotoriseerde Cherriefs en een groot ‘pipes and drums’ ensemble, werd de kist gevolgd door naar schatting zeshonderd collega’s van de Mounties en de locale plaatselijke politie.






In onze volgende blog meer over de Mounted Police in Zuid-Alberta.

dinsdag 3 augustus 2010

Banff NP


Met zicht op de gletsjer van Lake Louise

Het tweede deel van de reis bracht ons via de Icefield Parkway 93 naar de valleistad Banff. Wat het totaal van beide parkwegen zo interessant maakt is dat deze door de vallei loopt zonder veel geklim of naaldspeldbochten. Het is alsof je vanuit je luie zetel naar een film met prachtige besneeuwde berglandschappen kijkt. Voor je ogen ontrold een onafgebroken serie van ‘kalenderfoto’s’ aan natuur dat je kunt bewonderen zonder storing van dorpen, industrie of wat dan ook. Er blijken ook meer stopplaatsen in dit tweede deel van onze tocht met ‘point de vue’s’. We overnachtte nogmaals op een ‘Self-registration Permit-campground’ voordat we in Lake Louise toekwamen. Ook hier een bergmeer maar turquase gekleurd. Het was eens de favoriete plek van princes Louise, een dochter van koningin Victoria, die hier een ‘optrekje’ had. Meteen ook het grootste gebouw van beide parken samengeteld. Nu een prijzig hotel. Het meer is dan ook meer dan een korte halte. Het toerismebureau in de ‘Village of Lake Louise’ is al een belevenis op zichtzelf. Van de ingerichte tentoonstelling en filmvoortstelling komen we meer te weten over het park en voornamelijk van de dieren die erin leven dan waar ook. Draadloos internetten is beschikbaar in het postkantoor a 5 dollar voor een etmaal.
Lake Louise is ook de draaischijf waar de Trans Canada Highway 1 doorheen loopt. Om het vele vrachtverkeer te ontlopen is er een alternatieve weg, de 1A (de Bowvalley Parkway) wat meer toeristiser is en vrij van zwaar vrachtverkeer. Op deze weg zijn ook vele stopplaatsen met vrij zicht op de schilderachte besneeuwde bergtoppen en waar we ook onze eerste (en laatste) griszzly beer tegen het lijf liepen. Eerder had er al een zwarte beer ons pad gekruist. “Tegen het lijf liepen” is wat overdreven. We zouden het niet meer kunnen navertellen. Het dier was te observeren vanop een van de uitkijkposten langsheen de weg toen het aan het rondscharrelend was tussen de bosrand en een spoorweg. Later lazen we in The Calgary Sun dat er ten westen van Banff een grizzly onder een Canadian Pacific Railwaytrein gedood werd. Onze beer? De krant wist nog te vertellen dat dit al de zesde grizzly was die aangereden werd door de trein op nagenoeg dezelfde plaats sedert 2007.



Berenvrije afvalsbak

Johnston Canyon
Om het af te leren verkenden we nog onze laatste waterval. De Jonhston Canyon werd ontdekt door de avonturier Johnston die er zijn naam aan gaf maar er ook niet rijker op werd. Daarvoor is de hedendaagse souvenirsshop en dito restaurant beter bediend. De eerste waterval is 1,1 km klimmen langsheen een pad dat op sommige plaatsen aan de rotswand verankerd hangt. Dat moet ook een aardig werkje geweest zijn! De tweede waterval ligt nog wat steiler en hoger klimmen. Ik haakte af. Ingrid zette stoer door. Pas twee uur later zagen we elkaar terug op de parking.
De laatste halte werd het stadje Banff zelf. Door het deja vue had het ons niet veel te bieden en we besloten onze berguitstap af te ronden met het zoeken naar een overnachtingsplaats in Canmore. Er waren wel campgrounds maar ook al peperduur. We ‘campeerden’ dan maar gratis op de parking van het toerismebureau, waar ook de truckers tegen beter weten illegaal overnachten.
Dat we er ook gratis onze afvalwater in een ‘Sani-dump. kwijt konden was zo meegenomen.


Fred, de prairiedog zoekt naar iets lekkers in Ingrid’s rugzak. De prairiedog is het hoofdfiguurtje uit een van Ingrid’s Kinderverhalen toen de prairiedieren nog konden praten.

maandag 2 augustus 2010

De Columbia Icefield



De grote attractie van het eerste park was ons bewaard op het einde van de rit. De ‘Columbia Icefield’ www.columbiaicefield.ca.
Een ‘snowcoach’ bracht ons naar het zes kilometer lang en een km breedte ijsveld. Deze voertuigen - er werden er slechts 32 gemaakt waarvan een door het leger in Alaska gebezigd wordt - kostte een half miljoen dollar het stuk. Ze zijn zeswielaandrijvende ‘jokebreaks’ om de 32 graden hellingshoek af- en op te rijden naar- en van de ijsvlakte. De enorme vijfduizend dollar kosten banden worden om de drie jaar vervangen (zie foto boven en let op Ingrid naast het rechter voorwiel.) In vierde versnelling halen ze een maximum snelheid van 16 km/h.
Een toertje ijscrossen kost 54 dollar per persoon en duurt anderhalf uur. Gedurende de rit geeft de chauffeur mondeling de nodige leerlijke en interessante uitleg. Vragen staat vrij en mogen dan ook gesteld worden.
De temperatuur bedroeg 5 grade Celcius. Gedurende de winter is er een sneeuwval van zeven meter op het ijs dat gedurende de korte zomerperiode smelt. Ook de sneeuw op de bergflanken is dan verdwenen. Nog interesssant te vernemen was dat de kleine sparrenboomjes op het einde van de gletsjer, nog kleiner dan onze kleinste huiskerstboomjes, meer dan honderd jaar oud waren. Hun groeiperiode in de korte zomermaanden is maar van korte duur. Toch is er leven. Dieren zoeken o.a. de ijsrand op om mineralen en zout op te likken.
In het midden van de gletsjer werd gestopt en konden we voor een twintigtal minuten het eeuwige ijs op. We stonden hier 2.000 meter boven zeeniveau te klapperen van de koude. De chauffeur had er als annecdote nog aan toegevoegd dat kort geleden op het ijs een huwelijkspechtigheid had plaats gehad. De was meteen een record. Door de koude was het feestje al na luttele minuten over....!
Nog enkele bijzonderheden. Waar we stonden was het ijs 250 meter dik. De Parijse Eifeltoren kon zo rechtop onder onze voeten. De ijskap zelf – de Athabasca Glacier - is 200 km2 groot. Er zijn dan ook meerdere kleinere gletchers. Het ijsveld op de Athabasca Glacier kost 150 jaar om via haar gletsjers naar het einde toe uit te vloeien. Tussen 1870 en nu heeft de ijsmassa meer dan tweederden van haar totale vollume en meer dan helft van haar oppervlakte verloren. Rest nu nog 640 miljoen kubieke meters over. En nog voor degenen onder ons die er niet genoeg van krijgen: het hotel, de ‘GlacierVieuwInn’’ rekent een kleine 275 dollar plus 15% tax voor een kamer met zicht op de gletcher.


Nietig verloren aan de enorme ijsvlakte